Auteur: Rogier van Koningsbruggen

Wijkveiligheid is een gedragsuitdaging

Het Wijkveiligheidkompas maakt veiligheid (be)stuurbaar.
Van psychologie tot interventie.

Uit recente cijfers van het CBS blijkt dat meer dan één op de drie mensen zich in Nederland wel eens onveilig voelt, en 15% ervaart dit zelfs in de eigen buurt (1) 

Onveiligheidsgevoelens hebben invloed op ons gedrag, we passen onze looproutes aan en gaan plekken vermijden die we als onveilig ervaren (2). Deze plekken worden daardoor nog aantrekkelijker en toegankelijker voor normoverschrijdend gedrag. Wat begint bij milde overschrijdingen zoals het weggooien van afval op straat kan volgens de Broken Windows Theory (3) uitgroeien tot ernstigere vormen van misdaad of wangedrag. De kern van deze theorie is dat een verloederde of wanordelijke omgeving mensen (onbewust) het signaal geeft dat regels minder belangrijk zijn. In het beste geval leidt dat ertoe dat mensen zelf minder zorgdragen voor de omgeving, in het slechtste geval zetten ze zelf de volgende stap naar graffiti, vandalisme of erger. 

Slecht nieuws voor de theorie, goed nieuws voor beleidsmakers: dit is geen wetmatigheid. De mate van normovertreding bij zulke ‘tekenen van wanorde’ hangt sterk af van de wijk of buurt en dan met name de sociale structuren daarbinnen. Het fysieke domein interacteert dus met het sociale domein, maar waarom wordt dit dan zo vaak los bezien en aangepakt? 

Het Wijkveiligheidskompas © 

Bij Behaviour Club zijn we gespecialiseerd in de psychologische laag achter veiligheidsbeleving en veiligheidsbeleid. Samen met de Universiteit van Amsterdam onderzochten we hoe we de theorieën en wetenschap in deze psychologische laag kunnen vertalen naar een werkbaar model. En dat is gelukt. We hebben het Wijkveiligheidskompas © ontwikkeld. Met deze aanpak bieden we gebiedsmanagers, projectleiders en programmaleiders (Veilige Publieke Taak/ Preventie met Gezag) bij gemeenten, woningcorporaties en gebiedsontwikkelaars: 

  1. Een overzichtelijk beeld van veiligheidssituatie gebaseerd op subjectieve en objectieve veiligheidsmaten: welke wijken of buurten laten een afwijkend patroon zien? 
  1. Een werkproces dat bouwt aan een integrale veiligheidsaanpak van een buurt of wijk: wie moet eraan tafel zitten, waar moet je beginnen, welke interventies zijn kansrijk en hoe zorgen we dat interventies elkaar versterken? 

Aan de basis van deze innovatieve aanpak staan een aantal principes. Zo geven we de vaak onderbelichte veiligheidsbeleving meer gewicht in onze analyse, bekijken we veiligheid vanuit de interactie tussen drie verschillende domeinen en maken we scherpe keuzes die zowel datagedreven als mensgericht zijn. 

De drie niveaus die altijd samenspelen 

Veiligheidsbeleving wordt bepaald door drie niveaus: het individu, de sociale-  en de fysieke omgeving. Deze lagen werken niet los van elkaar, maar beïnvloeden elkaar continu, zowel positief als negatief. Juist in die wisselwerking liggen de kansen voor interventies. 

Allereerst is het belangrijk om bewust te zijn dat er een fundamenteel verschil is in subjectieve veiligheidsbeleving en objectieve veiligheidsmaten zoals criminaliteit, misdaadcijfers en meldingen van overlast. Doyle, Gerell & Andershed (2022) laten in een studie over 102 wijken in Malmö zien dat feitelijke criminaliteitscijfers geen onafhankelijke voorspeller zijn van hoe onveilig bewoners zich voelen (4) 

Hun onderzoek ondersteunt de kern van het Wijkveiligheidskompas ©: niet de objectieve criminaliteit, maar de sociale dynamiek in de wijk, zoals onderling vertrouwen en de bereidheid om samen in te grijpen, verklaart in sterke mate waarom bewoners zich in de ene wijk veilig voelen en in de andere niet. Het fysieke, sociale en individuele domein zijn continu in interactie. 

1. De sociale omgeving: wie kent wie? 

Al in 1997 toonden Robert Sampson en zijn collega’s aan dat de hoeveelheid criminaliteit in een buurt sterker wordt voorspeld door collectieve effectiviteit dan door welke andere factor dan ook. Collectieve effectiviteit betekent dat bewoners elkaar vertrouwen én bereid zijn om in te grijpen als dat nodig is. Het gaat dus niet alleen om samenleven, maar ook samen normen stellen. 

Wijken met een hoge collectieve effectiviteit hebben significant minder criminaliteit en minder onveiligheidsbeleving, ook als andere omstandigheden vergelijkbaar zijn. Ross & Jang (2000) lieten zien dat bewoners die hun buren kennen minder angst ervaren, ook als de objectieve wanorde om hen heen hetzelfde blijft. Het sociale netwerk werkt als buffer. Maar wanneer dat netwerk verslapt door anonimiteit, wantrouwen of fragmentatie, worden kwetsbare bewoners zichtbaarder en bereikbaarder voor misbruik (5).

Voorbeeldinterventies: whatsapp buurtpreventie maakt informeel sociaal toezicht laagdrempelig. Een buurtinitiatief die gratis eten weggeeft zorgt voor sociale cohesie en ene praatje. Een wijkcentrum laat in de fysieke ruimte zien wat zij bieden in het sociale domein en maakt de stap laagdrempelig. 

2. De fysieke omgeving: wat ziet iemand op straat? 

Jane Jacobs beschreef in 1961 het principe van “eyes on the street.” Wanneer een straat leeft, mensen er lopen, winkels openstaan en ramen uitkijken op het trottoir, ontstaat er vanzelf sociale controle. De aanwezigheid van mensen werkt als een natuurlijke camera of toezichthouders. Het omgekeerde is ook waar: donkere stegen, overwoekerde paden, kapotte straatverlichting en vervallen panden sturen een subtiel signaal dat niemand oplet. En dat nodigt uit tot gedrag dat anders misschien niet zou plaatsvinden. 

Dit is een voorbeeld van hoe de fysieke omgeving – wat mensen zien of tegenkomen op straat – invloed heeft op de veiligheidsbeleving. De fysieke inrichting van een wijk is nadrukkelijk geen neutrale achtergrond. Ze stuurt gedrag, beïnvloedt hoe mensen risico’s inschatten en bepaalt mede of een plek uitnodigt tot ontmoeting of juist tot vermijding.  

Wereldwijd zijn de resultaten van fysieke interventies op veiligheid zichtbaar. In Bogotá, Colombia, leidde het verbeteren van verlichting en straatmeubilair tot een daling van diverse soorten criminaliteit. Ook in eigen land laat de vernieuwing van Bijlmermeer zien hoe grootschalige fysieke herstructurering – sloop van hoogbouw, verwijdering van galerijflats en tunnels, verbetering van zichtlijnen – gecombineerd met sociaal beheer en buurtbetrokkenheid leidde tot een daling van criminaliteit van ongeveer 40% en een meetbare verbetering van de veiligheidsbeleving (6). Andere voorbeelden van interventies in het fysieke domein zie je hieronder afgebeeld: 

Voorbeeldinterventie: Pop-up verlichting op stukken in een Amsterdamse buitenwijk die als onveilig wordt ervaren. 

Voorbeeldinterventie: Murals door lokale kunstenaars communiceren een norm van verzorgd straatbeeld en ontmoedigen graffiti-misbruik). 

Voorbeeldinterventies: Ogen op plein zorgen (letterlijk) voor het gevoel van informeel toezicht. Schoonmaakactie van en door de buurt; communiceert een sociale norm én maakt vervuilingsgedrag minder aantrekkelijk doordat de straten schoner zijn. 

Een invloedrijke theorie én aanpak binnen dit veld is CPTED (Crime Prevention Through Environmental Design). Dit is een benadering die uitgaat van het idee dat doordacht ontworpen omgevingen criminaliteit kunnen verminderen, de veiligheidsbeleving kunnen verhogen en de kwaliteit van leven kunnen verbeteren. Kernprincipes zoals natuurlijk toezicht, toegangscontrole, territoriale versterking en onderhoud kunnen worden vertaald naar concrete ontwerprichtlijnen voor de fysieke ruimte. Onderzoek laat zien dat CPTED-principes inbraken met 20 tot 40 procent kunnen verminderen en het gevoel van controle en veiligheid bij bewoners significant verhogen (7). Recent onderzoek in Amerika laat zien dat community-engaged CPTED – de combinatie van fysieke omgevingsverbeteringen met actieve buurtbetrokkenheid – geassocieerd wordt met significant dalende geweldscriminaliteit en vuurwapencriminaliteit over tijd (8). Het effect was het sterkst wanneer bewoners zelf betrokken waren bij de uitvoering: straatsegmenten die door buurtbewoners werden onderhouden lieten een 40% reductie in geweldsdelicten zien (9). Dit bevestigt een kernprincipe van het Wijkveiligheidskompas ©: de combinatie van fysieke en sociale interventies effectiever is dan elk domein apart 

Het Wijkveiligheidskompas © brengt de sociale en fysieke realiteit van een wijk in kaart en biedt sturing voor interventies in domeinen zoals stedelijke (her)ontwikkeling, toegankelijkheid en onderhoud. 

3. Maak wijkveiligheid (be)stuurbaar met de psychologische laag 

Deze theorieën en praktijkvoorbeelden uit het fysieke en sociale domein laten zien dat beleid en interventies impact hebben op veiligheidsbeleving en -uitkomsten. Maar waar begin je? De meeste gemeenten beschikken al over veel data: leefbaarheids- en veiligheidsmonitoren, meldingssystemen, CBS-data per wijk. Ze weten vaak wáár het misgaat, maar het antwoord op waarom het misgaat is zelden beschikbaar, en zonder dat inzicht is gerichte interventie lastig. 

Dat is precies wat het Wijkveiligheidskompas © doet: het koppelt gedragswetenschappelijke inzichten aan bestaande openbare data, per wijk. Samen met gemeente en maatschappelijke partners uit de wijk verrijken we de data met kwalitatieve inzichten. Zo ontstaat niet alleen een beeld van waar het probleem zit, maar ook waarom het probleem zich voordoet en hoe een interventie het beste vormgegeven kan worden. Gaat het om de fysieke omgeving? Om sociale cohesie of informele controle? Of om kwetsbare individuen die te weinig sociaal vangnet hebben? 

Het kompas laat zien waar je naar toe moet werken, welke interventie kansrijk is en hoe een integrale aanpak van wijkveiligheid kan worden gerealiseerd, met actieve betrokkenheid van de relevante partners. 

Wat de wetenschap consistent laat zien: veiligheid is het resultaat van een interactief samenspel. Mensen, omgeving en sociale structuren vormen samen een systeem. Wie dat systeem begrijpt, ziet ook de hefbomen voor verandering. 

Benieuwd hoe het Wijkveiligheidskompas © jou kan helpen om wijkveiligheid (be)stuurbaar te maken? Mail ons op info@behaviourclub.nl of lees meer op Wijkveiligheidskompas © – Behaviourclub.